maandag 19 september 2011

The skinny Belgian

Elke dag wordt er bij het avondeten een rood Rapha koerspetje uitgereikt aan 1 of meerdere renners die zich op één of andere manier laten opmerken. Bijvoorbeeld om ondanks lichamelijke ongemakken door te bijten, voor zonsopgang te vertrekken, enorm verkeerd te rijden,...
Vanavond ging het petje zowaar naar mij, voor het trotseren van de kou! Blijkbaar is het in de groep toch niet onopgemerkt voorbijgegaan dat het op het randje was... Bedankt!

Stage 7: St. Lary-Soulan - Oust

Cols van de dag: Col d'Azet, Peyresourde, Potillon, Menté, Portet d'Aspet, Col de la Core & col de Catchaudegue. Er was opnieuw regen voorspeld, dus was het van bij het vertrek kwestie van goed voorbereid te zijn. Ik voelde vanaan de eerste klim (na 1km) al dat gisteren (en dan vooral de koude) nog enorm in mijn kleren zat. Naarmate de klim vorderde ging het beter, maar werd het ook kouder, en in de vallei waar we na de afdaling in belanden was het simpelweg écht koud! Daar kwam nog bij dat het nog echt serieus begon te regenen in plaats van de motregen die we tot hiertoe gehad hadden, en de afdaling van de Peyresourde werd een echte lijdensweg. Koud en nat tot op mijn bloot lijf, ik daalde tegen beter weten in verder af tot in Louchon, waar we de voormiddagstop hadden (vlakbij ons hotel van dag 3). Die voormiddagstop was zelfs niet ergens binnen! Ik zag het écht niet meer zitten, en was héél dicht bij opgeven. Enkele anderen hadden ook érg veel last van de kou, en samen vluchtten we een café binnen, waar we allemaal iets warms dronken. Ik weet niet precies meer hoe, maar even later zaten we weer allemaal op de fiets, op weg naar opnieuw een lus door Spanje, en tijdens die klim werd het zowaar wat warmer en kregen we ook warmer. We waren dit keer Johnny de Schot en ikzelf, en samen reden we door Spanje terug Frankrijk binnen naar de middagstop, waar Helen ons alweer heerlijke soep gemaakt had. Btw: Phil Deeker had ons in geval van nood een les Spaans gegeven: "Hallo" --> Olà "Hi, I'm lost, I'm part of a group of cyclists with white jerseys, have you seen them?" --> Olà -->Britse humor;-). Na die middagstop stond de eerste getimede klim van de dag op het programma, de Menté. Ik stak het vuur aan de lont (wilde bewijzen dat ik, ondanks de gemiste klim van gisteren, wel degelijk de 4e beste klimmer was), maar Tim & Mike kwamen alweer voorbijgevlogen! Ik ben wel tevreden van mijn klim (hartslag constant rond 170, blij dat ik dit nog kan op dag 7), maar onverwachts kwam Robert de Schot enorm sterk opzetten. Ik ging voluit, smeet boven mijn fiets neer en legde me in het gras te bekomen. Daarna ging het naar de Portet d'Aspet, vanuit de andere richting dan enkele dagen geleden, en hier deed ik het rustigaan op deze steile kuitenbijter. Na de namiddagstop stond er nog 1 (getimede) grote col op het programma, de Col de la Core, een 14km lange loper, gemiddeld 5,9 %. Robert had er blijkbaar zijn zinnen op gezet, want zette me enorm onder druk met zijn hoge tempo, en ongeveer halverwege moest ik loslaten. Die kou zorgt ervoor dat ik heel wat van m'n pluimen laat, terwijl het bij hem net omgekeerd lijkt (op de eerste warme dag lag hij wel met krampen op het asfalt op de Port de Pailhères). Naar de top toe viel hij wat stil, maar was toch sterk genoeg om zo'n 150 meter over te houden. Sterk! Chapeau! Hier etenstijd nu, geen foto's van vandaag helaas! We verblijven trouwens in Ours, piepklein dorpje in de Ariège, in een héél charmant hotelletje. Benieuwd naar het avondeten! Morgen droog en zonnig, en dat blijft zo tot het einde. Nog 3 fietsdagen!

Stage 6: Oloron Sainte Marie – St Lary-Soulan

Geplande cols: Aubisque, Soulor, Borderes, Tourmalet, Hourquette d’Ancizan, Pla d’Adet. Er was slecht weer voorspeld, en jammergenoeg zaten ze er niet naast. Om ervoor te zorgen dat we de handbagage in geval van nood(weer) steeds zo dicht mogelijk bij ons hadden, waren de tragere renners verplicht om al om kwart na 7 te vertrekken, terwijl de rest (including me) een halfuur later kon starten. In de gietende regen vertrokken de eersten met de fietslichten op, maar even later telefoneerden ze reeds naar Phil omdat ze de weg niet vonden, en we zouden hen allen maar op de Aubisque weerzien…Zij hebben dus gewoon een halfuur langer in de regen gereden… Ook wij gingen een halfuur later in de gietende regen van start. De rustdag had me goed gedaan, dat voelde ik meteen, en ookal zaten er in de eerste 40 kilometer aanloop naar de voet van de Aubisque enkele steilere stukken ging het vlotjes en ging de hartslag goed omhoog. Maar de regen, die bleef maar met bakken uit de hemel vallen. Gelukkig werd het nooit echt koud… Eenmaal we aan de Aubisque begonnen, was het zelfs droog. Ik klom op mijn eigen tempo, als 4e of 5e, en het gevoel na de rustdag was niet vals: het ging vlotjes, maar ik hield wat reserve voor de Tourmalet en Pla d’Adet (de twee getimede klimmen van de dag). Naarmate we hoger klommen begon het echter opnieuw harder en harder te regenen, en ik stopte zelfs even om mijn regenvestje dicht te doen, want het koelde nu wel erg snel af…Ik nam mezelf voor om direct af te dalen en niet te stoppen in het café op de top. Toen ik in de laatste 2-3 kilometer boven de boomgrens kwam, blies er nog een ijskoude wind ook, en ik moest mijn zonnebril opzetten om toch nog maar iets te zien. De linkerkant van mijn gezicht en mijn handen waren dan al gevoelloos geworden. Eenmaal boven haastte ik me het café binnen, en daar zaten de eersten al aan de kachel. Ik had reservekledij bij, maar wou die koste wat kost houden voor bovenop de Tourmalet later op de dag. De meeste anderen kleedden zich wel al om, en eenmal klaar om te vertrekken kwamen ze opnieuw binnen om ALLES aan te trekken dat ze nog hadden, omdat het intussen winters koud geworden was buiten. Ik twijfelde intussen om in de auto te stappen (de minder sterke gingen dit doen), want eenmaal aan de afdaling begonnen was er geen weg terug. In een moment van dwaasheid zat ik voor ik het wist op mijn fiets, 50-60 kilometer per uur, regen, wind, kou! Ik moest vragen of er iemand achter mij wou blijven in de afdaling om het toch op zijn minst te zien moest ik ineens niet stabiel meer zijn, want zo erg was het. Ik stond zowaar op in tranen uitbarsten. Gelukkig was die eerste afdaling “maar” 4 à 5 kilometer lang, en daarna volgde een makkelijke klim naar de Soulor (nog steeds op net geen 1500 meter!). Dan volgde pas de echte afdaling, en ik geraakte maar niet opgewarmd. Het duurde tot we de top van de derde col van de dag naderden, de Borderes, eer ik weer wat onder de levenden kwam. Intussen was ik enkel met Mike op pad, en zo reden we ook naar Luz St Sauveur, aan de voet van de Tourmalet, waar de lunchstop was. Niet in een cafétje, maar in tenten, en Helen van Claud The Butler had ons heerlijke en hartige soep gemaakt, waardoor we allemaal terug wat op onze positieven kwamen. Jen & Scot waren niet meer te verwarmen en zouden niet meer fietsen. Phil nam al snel het woord, en melde dat het op de Tourmalet 2 graden was, sneeuwde en dat er nog kouder weer voorspeld werd voor de namiddag. Fietsers waren niet toegelaten, en zo moesten we dus als noodoplossing rondrijden langs Bagnères de Bouchon (of zoiets), Sainte-Marie de campan, en van daar de Aspin aanvatten, om dan af te draaien naar de Hourquette D’Arcizan. Na de middag kwam de zon er verrassend genoeg door, maar het weer bleef wisselvallig, en ik had het gevoel dat mijn lichaamstemperatuur helemaal ontregeld was: het ene moment zweette ik me te pletter, het andere kon ik niet stoppen met rillen van de kou. De aanloop naar de voet van de Aspin en bijhorende namiddagstop was een enorme lijdensweg, waarin ik meer dood dan levend aan het groepje bengelde. Na de namiddagstop ging ik op hetzelfde elan verder: ik bengelde constant op zo’n 2 meter van een groepje met renners die ik op deze reis normaal makkelijk achter mij laat op elke col. Ik voelde me alsof ik al 250 kilometer in de benen had! Het hoefde allemaal niet meer, en het ging niet meer ook! Gelukkig bleven we allemaal samen op de Hourquette, en de laatste afdaling naar het hotel viel ook al bij al nog wel mee qua temperatuur. Om 7 uur kwamen we in het dorp waar ons hotel was, en er hingen zowaar nog pijlen om ons op de Pla d’Adet te sturen (rechts in plaats van links, 100meter van het hotel), de tweede getimede klim van de dag (normaalgezien dus, na de geschrapte Tourmalet). Na 190 kilometer, minstens 1 dode vinger, gevoelloze voeten en een klam lijf was het genoeg geweest. Mijn dichtste concurrent op Strava (Tim & Mike en Lennie, in die volgorde zijn buiten categorie) Paul, die achter mij staat als 5e, heeft die laatste klim wel opgereden (net als Lennie, Tim & Mike), en zal daardoor dus 1 getimede klim meer gedaan hebben dan mij waardoor hij ineens boven mij staat in plaats van achter mij op basis van de klimtijden. Jammer voor het “klassement”, maar ik zal dus als 5e eindigen, terwijl ik in alle eerlijkheid de vierde beste klimmer ben denk ik. Maar alle respect voor Paul! (die trouwens ookal niet meer van de jongste is!). Ik kom eindelijk terug wat bij mijn positieven, en hoop maar dat ik snel herstel van deze enorm vermoeiende dag. Epic, maar toch bij momenten niet leuk meer. Morgen normaal beter weer en vanaf overmorgen weer stralende zon. Ik probeer op de getimede klimmen toch nog eens semi-voluit te gaan, maar in de eerste plaats genieten natuurlijk!!! Tot morgen! Nu welverdiend eten! Foto's vanop de Harcizan hieronder

zaterdag 17 september 2011

Rustdag in Oloron!

2 croissants, 3 kommen ontbijtgranen, een ei, 2 glazen fruitsap, 3 sneden brood met confituur, Magret de Canard met frietjes, Café Liègois Dit alles voor half drie s' middags. Daarna een bezoek aan de Lindt chocoladefabriek, de consumptie van het aldaar gekochte waar is in volle gang. Dan volgt vanavond nog het gebruikelijke driegangen diner, en qua sport enkel dit:
Meer moet dat niet zijn;-)

vrijdag 16 september 2011

Stage 5: Larrau - Oloron Sainte Marie


Eindelijk! Rustdag! Het waren 5 fantastische dagen, maar mijn lichaam kan na vandaag toch wel wat rust gebruiken, al is het gek hoe je je aanpast. Na de eerste dag denk je: “dit hou ik nooit vol”, maar vanochtend, na 800km in 4 dagen door het hooggebergte, sta je gewoon weer klaar voor opnieuw 200 kilometer door de Pyreneeën.
Vandaag bracht de rit ons door Spaans baskenland.
Main climbs: Soudet, Pierre St Martin, Port Larrau, Bagargui

<
De opwarmer van de dag was de col die we gisteren naar beneden reden vlak voor het slepende licht stijgende stuk op het einde. Ik voelde jammergenoeg opnieuw de knie (knieën intussen jammergenoeg) wat opspelen, en wou geen risico nemen dus hield wat in. Ik denk dat ik als 5e of 6e bovenkwam (= Spanje binnenreed). Eenmaal in Spanje was het enkel genieten: goede wegen, een echte beginnersafdaling, stralende ochtendzon (we waren in groep vertrokken om half 8). En dan, na ongeveer 5 kilometer afdaling: Krak! Spaakbreuk. Andy (mechanieker) gebeld, die was al aan de voormiddagstop, dus de dokter (die bij de laatste blijft), moest me komen ophalen. “Gelukkig” was Jen (Mike’s vrouw, rijdt koersen in de USA) al afgestapt (ik had het meteen in de mot dat ze een enorm slechte dag had, want in het eerste licht dalende stuk kon ze het wiel al niet houden), want ze bood me haar wiel aan! Daardoor kon ik dus (na 45 minuten wachten) simpelweg het wiel vervangen en verderrijden. Probleem was natuurlijk dat enkel de tragere renners nog achter mij kwamen, van de rest was, eenmaal beneden aan de voormiddagstop al geen spoor meer. Wachten op de traagsten had totaal geen nut, want na de voormiddagstop volgde eerst een relatief makkelijke klim, dan de Port de Sarrau (al wat lastiger, terug Frankrijk binnen), en na een korte waterstop bij het “Claud the Butler” team van Lee & Helen volgde een col van een kaliber dat ik nog nooit gezien had… kilometers van 12,5 ; 13; en 12% na elkaar. Ik ben nog nooit zo blij geweest om een bord te zien dat een gemiddelde van 10% aankondigt voor de volgende kilometer!
Iets na die klim volgde de lunch, en daar zag ik eindelijk opnieuw de anderen. De voormiddag was alweer fantastisch, en ookal reed ik alleen, het was enorm genieten…Onbeschrijfelijk eigenlijk. De route die Philip Deeker heeft uitgetekend is echt fenomenaal. Zwaar, dat wel, op het sadistische af, maar adembenemend mooi!
Na de middag (mijn herstelde wiel stond klaar, thanks Andy!) volgde nog 1 zware klim in Frans Baskenland (Bagargui). Tim & Mike waren ver voor, maar Lennie hadden we aan de voet van de klim opnieuw in het vizier. Ik voelde me gek genoeg erg goed, en besloot nog eens voluit te gaan, ondanks de kniepijn. De klim had iets ardennees, met steile stukken door dorpjes, maar duurde iets te lang (de 4 km die op de weg stond was blijkbaar om op te tellen naar 10 en niet af te tellen naar 0). Naar het einde toe viel ik wat stil, maar het was toch leuk. Lennie kreeg ik niet meer te pakken (boven zag ik hem nog net niet zijn broek afsteken, darmen niet in orde), maar achter mij was in de verste verte niemand te bespeuren, en zo ging ik dus opnieuw alleen richting namiddagstop. Daar vertrok ik een kwartiertje later opnieuw voor het laatste 45 kilometer met nog 3 klimmetjes, oorspronkelijk met Mike & Tim, maar toen Mike even overnam voelde ik dat ik dat niet lang ging volhouden. Gelukkig raapten we toen net de vroeger vertrokken Schotten Johnny & Robert op, en zij zagen het (gelukkig;-)) ook niet zitten om in te pikken, en dus gingen we opnieuw met z’n drieën naar de finish in Oloron. Mike en Tim reden langzaam maar zeker weg, en bij ons nam Johnny 90% van de tijd de kop. Knap!

Hieronder enkele foto's van vandaag! Morgen rustdag, welgekomen!







Terug naar Frankrijk!

Baskenland


Stage 4: Argeles-Gazost to Larrau

Deze post is een dag te laat, aangezien we in een afgelegen Gîte in Frans Baskenland verbleven...Bij deze dus! Onderaan zie je hoe afgelegen precies, als je ziet wat de weg komt blokkeren;-) Col de Spandelles, Col de Marie-Blanque, Col d’Ichere, Col de Lie, Col de Soudet, Col de Sustary. Het is van dat! Vanochtend waren er slechts 4 die op het oorspronkelijk afgesproken startuur vertrokken: Tim, Mike, Paul en ikzelf. Al de rest vertrok vroeger uit schrik om gelost te worden of na 8uur pas binnen te komen (avondeten is steeds om 8 uur). Het was vanaf meter 100 klimmen geblazen met de col de Spandelles. Ik had geen super gevoel, maar kon in tegenstelling tot Paul relatief makkelijk mee met Tim & Mike, maar toen ik mijn knie een beetje voelde opspelen liet ik los in de laatste 3 kilometer. Na alweer een snelle en technische afdaling waarbij ik iedereen achterliet reed ik een heel stuk alleen, en toen Tim en Mike me opnieuw inhaalden voelde de knie terug een beetje normaal aan. Het was wat op en neer, steile neepjes, beetje zoals in de streek van Charlesville-Mézières, en aan de voormiddagstop haalden we de meeste renners die voor ons gestart waren in. Daarna wachtte ons de Col de Marie-Blanque, een relatief makkelijke col met maar 5 kilometer écht klimmen, maar ik deed het héél rustig om mijn linkerknie te sparen. Heel het gewricht deed pijn, en aan de middagstop vreesde ik het ergste, want er wachtte ons (na 2 steile maar niet zo lange cols) nog de beklimming van de Soudet (met daarin een stuk van 9km aan 9% gemiddeld!). Ik vertrok dan ook als één van de eersten na de lunch, met de Evans broers, Dave en Stuart. Enkel de Schotten Robert & Johnny waren nog vroeger weg. Op die eerste colletjes zag ik serieus af, maar ik kon in het groepje blijven hangen. In de eerste kilometers van de Soulor (zo’n 3 à 4% bergop) hing ik er ook maar wat aan, maar eenmaal de steilere pentes eraankwamen kwam ik in een goed ritme, liet mijn groepje achter en raapte ook de 2 schotten op. Toen ik bovenkwam was er in de verste verte niemand te bespeuren (gelukkig waren er waterflessen achtergelaten aan duidelijk aangeduide plaatsen). Ik daalde zo’n 6 kilometer af, om dan nogmaals 6 kilometer te klimmen tot het laatste hoge punt van de dag. Van daar, nog steeds alleen, was het zo’n 25 kilometer “straight downhill”. Toen ik als eerste aan de namiddagstop arriveerde, was mijn rug helemaal verkrampt en probeerde ik mijn rug en benen opnieuw wat soepel te maken, iets dat niet echt lukte. Ik vertrok zo’n halfuurtje later opnieuw met de Schotten voor de laatste 30 kilometer, waarin nog 1 steile klim lag. Niet lang, maar ik moest ze toch zo’n 20-30 meter geven, die ik al bij al relatief snel opnieuw kon toerijden. De laatste 15 kilometer waren lichtjes in stijgende lijn, en ineens, gek genoeg en compleet onverwachts want het beste was er ruimschoots af, kreeg ik een soort “flow” gevoel. Ik nam resoluut de kop, en met z’n drieën ging het aan een hels tempo richting de Gite waar we vanavond slapen. Het was afzien, maar tegelijk ook genieten. Meer dan 8 uur in het zadel al, op je tandvlees zitten, en toch sterk genoeg zijn om nog een paar kilometer te knallen, héérlijk gewoon! De cola hier op het terras smaakte heerlijk, en ook het napraten was enorm gezellig. Dinner is hier bijna “served”, maar ik wil jullie dit stukje Schotse humor niet onthouden: blijkbaar krijgen we een half kieken vanavond, en toen ik vroeg wat er daarbij geserveerd werd antwoordde Robert droog: “The other half!”. Ik lag plat… maar dat kan ook door de inspanning zijn;-). Overmorgen rustdag, het wordt tijd, want ik begin me precies een oud ventje te voelen als ik uit bed stap s’ ochtends. Hasta Manana!